Beethoven Accademy Utrecht
Concert 1

Speeldata

ZA 31 jan 2026, 13.00

Utrecht, Stadsklooster

De complete Beethovens symfonieën zijn veelvuldig uitgevoerd door gespecialiseerde orkesten en ensembles en in de jaren tachtig en negentig opgenomen met oude instrumenten, en het repertoire is sindsdien herhaaldelijk herzien. Je zou daarom kunnen denken dat een nieuwe benadering weinig nieuws kan opleveren.

Dat zou een grote vergissing zijn.

In de afgelopen twee decennia is de kennis van de uitvoeringspraktijken uit de klassieke en romantische periode dramatisch verbeterd. We weten nu dat veel van de conventies die werden toegepast in vroege opnamen met oude instrumenten — strikte tempo’s, inflexibele ritmes, late-20e-eeuwse streektechnieken en articulaties — wezenlijk in strijd zijn met wat Beethoven en zijn tijdgenoten verwachtten.

Het is van vitaal belang om de manieren waarop we Beethovens muziek uitvoeren voortdurend te heroverwegen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat we vervallen in herhaling en de muziek reduceren tot een louter mooi klankfenomeen. De meest inspirerende en dynamische kracht die ons helpt om nieuwe perspectieven op Beethovens muziek te ontwikkelen, blijft historisch onderzoek. Via het pad van de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk (Historically Informed Performance Practice) kunnen musici ingesleten conventies overwinnen en de expressieve kracht van vergeten 19e-eeuwse speelstijlen en expressieve middelen herontdekken. Dit vereist wel een open en onderzoekende houding ten aanzien van de onderzoeksresultaten. Vasthouden aan de esthetiek van de late 20e eeuw betekent zowel een verraad van de letter als van de geest van Beethovens bedoelingen.

Het bewijs is nu overweldigend dat Beethoven een flexibele opvatting van tempo had – inclusief een breed scala aan tempomodificaties en rubatopraktijken – die in geen enkele bestaande opname terug te horen is. De effectieve toepassing hiervan zou ons begrip van zijn muziek kunnen transformeren.

In mijn promotieonderzoek naar modificaties van tempo en ritme in de orkestmuziek van Brahms aan de Universiteit Leiden, heb ik een manier ontwikkeld om onderzoeksbevindingen met een orkest te onderzoeken en in klank om te zetten. Mijn aanpak leidt tot fundamenteel anders klinkende resultaten dan zowel mainstream als HIPP orkesten en ensembles laten horen, en heeft toch een duidelijke verbinding met historische uitvoeringspraktijken. In mijn aanpak fungeert het orkest als een soort laboratorium waarin experimenten kunnen leiden tot een nieuw begrip van historische expressieve middelen. Repetities, uitvoeringen en opnames met het orkest worden zo een spannend onderdeel van het onderzoek zelf. In het laboratorium van het orkest delen studenten, jonge professionals en ervaren deskundigen hun kennis, ervaring en perspectieven. Dit is een belangrijk gebleken als het gaat om het vinden van paden buiten de gevestigde tradities. De studenten zijn in meerdere opzichten belangrijk in deze context; ze helpen bij het creëren van een open klimaat waarbinnen nieuwe ontdekkingen kunnen worden gedaan en ze spelen een vitale rol in de verspreiding van de bevindingen.

De afgelopen drie jaar had ik een leerstoel aan de Seoul National University Seoul, als professor Historically Informed Performance Practice, terwijl mijn werk in Nederland voor het Conservatorium van Amsterdam, de Nieuwe Philharmonie Utrecht en het Narratio Quartet doorliep. Nu is mijn werk in Zuid-Korea afgerond, is mijn relatie met het CvA in rustiger vaarwater gekomen, en zijn de opnames van de complete Beethoven strijkkwartetten met het Narratio Quartet (een wereldpremière op periode-instrumenten) succesvol afgerond en uitgebracht. Dit stelt me in staat om een ambitieus plan voor te stellen in de thuisstad van mijn orkest.

Onder de vlag van de Nieuwe Philharmonie Utrecht stel ik voor de Beethoven Academy Utrecht te lanceren, om alle negen Beethoven-symfonieën te bestuderen en uit te voeren in 2026 en in het Beethovenjaar 2027.